Paasgroet: Ik ben opgestaan en toch nog bij u
toegevoegd op: zaterdag 31 maart 2018
Marc Brinkhuis


Resurrexi, et adhuc tecum sum – Ik ben opgestaan en toch nog bij u.
Met deze woorden begint de klassieke liturgie van paasmorgen. Het is de eerste regel van de introïtus, de gregoriaanse openingszang. Zoals meestal zijn deze woorden ontleend aan een psalm. Deze woorden komen uit psalm 139 – Ken je mij? – die de VNB dit jaar als inspiratiebron heeft genomen. Het lied heeft enkele verzen uit de psalm genomen in een oude Latijnse vertaling. Als je die weer naar het Nederlands vertaalt, staat er:

Opgestaan ben Ik,
en nog ben Ik bij U.
Gij hebt uw hand op Mij doen rusten.
Wonderbaar is uw wijsheid.
Heer, U hebt mij beproefd en U kent Mij.
U kent mijn zitten en mijn opstaan.


(Psalm 139,18. 5-6.1-2; vanuit de Vulgaat).

In de liturgie wordt deze psalm in de mond van Jezus gelegd. Hij zal hem inderdaad goed gekend hebben en vaak hebben gebeden. De psalmen zijn immers voor alles het gebedenboek van het Joodse volk. Hier wordt de psalm echter een dialoog op paasochtend tussen Jezus en God, tussen de Zoon en de Vader. Was het oorspronkelijk een tekst over slapen en opstaan, nu krijgt het de betekenis van opstaan uit de dood.

De prachtige psalm waarin we het vertrouwen mogen lezen èn bidden dat God ons liefdevol kent en nabij is, krijgt een bijzondere vervulling in het leven, sterven en verrijzen van Jezus Christus. God heeft Jezus lief. Ook al behoedt God Hem niet voor het lijden. God laat Hem niet in de steek. Ook daar is Hij bij Hem. Zoals het ergens anders in de psalm zo mooi uitgedrukt wordt:

Stijg ik op naar de hemel: U bent daar;
lig ik in het dodenrijk: U bent daar.
Neem ik de vleugels van de zon in de morgen
en laat ik mij neer aan de einders van de zee,
dan zou ook daar uw hand mij leiden,
uw rechterhand mij vasthouden.
Als ik zeg: ‘Laat het stikdonker mij omringen
en laat het licht om mij heen in nacht veranderen’,
dan is het donker niet donker voor U:
als de dag zou de nacht oplichten,
want donker en licht zijn gelijk voor U.


(Psalm 139,8-12)

Zelfs in de dood daalt God af. Ook daar is Hij bij Jezus, is Hij bij ons. In het duister ontsteekt Hij nog licht. Jezus heeft dat met Goede Vrijdag ervaren. Wat niet wil zeggen, dat Hij niet heeft geleden, dat Hij geen momenten van intense verlatenheid heeft gekend en dat zijn dood niet uiterst wreed en pijnlijk was. En toch geloven we, hield God Hem daar vast. We zouden het ook nog anders kunnen uitdrukken: juist doordat Jezus als Gods Zoon tot in het lijden en de dood afdaalt, laat God zien dat Hij ook daar met ons is. Met Pasen vieren wij dat dit dood en lijden niet het laatste is. Als God liefde is en ons kent, dan zal Hij ons ook in die liefde laten delen. Jezus staat op uit de dood oftewel God neemt Hem op zijn liefde. Durven wij met deze Psalm naar onze wereld en ons eigen leven te kijken. Ook in de gebrokenheid van ons leven, ja zelfs in de ellende van geweld, van ziekte en dood blijft God ons vasthouden. Overigens ook in onze blijdschap, in de vriendschappen en liefde die we met elkaar delen is Hij aanwezig en geeft het eeuwigheidswaarde.

Zalig Pasen,

Marc Brinkhuis, voorzitter pastoraat VNB