Tijd om de koers van ons leven terug te vinden
toegevoegd op: vrijdag 8 maart 2019
Katholiek Nieuwsblad

Foto: CNS Photo - Yara Nardi, Reuters

Paus Franciscus preekte op Aswoensdag over het terugvinden van de juiste koers in ons leven.

“Blaast de bazuin op de Sion, kondigt een heilige vastentijd af” (Joël 2,15), zegt de profeet in de Eerste Lezing. De Veertigdagentijd opent met een schel geluid, dat van een hoorn die niet fijn klinkt, maar een vastentijd aankondigt. Het is een hard geluid dat ons leven tot kalmte wil manen. Een leven dat altijd maar doorraast, vaak zonder goed te weten waarheen. Het is een oproep om stil te staan -een “stop!” -, om naar de essentie te gaan, om te vasten van het oppervlakkige dat afleidt. Het is een wekker voor de ziel.

Keer terug
Het geluid van deze wekker wordt begeleid door de boodschap die de Heer ons bij monde van de profeet geeft. Het is een korte en serieuze boodschap: “Keert tot Mij terug” (vers 12). Terugkeren. Als we dat moeten doen, wil het zeggen dat we te ver zijn afgedreven. De Veertigdagentijd is een periode om de koers van ons leven terug te vinden. Want op de weg van het leven is wat echt telt, zoals op elke weg: het doel niet uit het oog verliezen.

Als je onderweg echter alleen geïnteresseerd bent in het kijken naar het landschap of in het stoppen om te eten, kom je niet ver. Ieder van ons kan zich afvragen: zoek ik op mijn levensweg de koers? Of stel ik mezelf tevreden met bij de dag leven, alleen denkend aan me goed voelen, aan het oplossen van wat problemen en me een beetje vermaken?

Wat is de koers? Misschien de zoektocht naar gezondheid, waarvan velen vandaag de dag zeggen dat die op de eerste plaats komt, maar die vroeg of laat voorbij gaat? Misschien je bezit of je welzijn? Maar daarvoor zijn we niet op de wereld. Keer terug naar Mij, zegt de Heer. Naar Mij. De Heer is het doel van onze reis in deze wereld. De koers wordt op Hem afgesteld.

Dingen die voorbijgaan
Om de koers weer terug te vinden, wordt ons vandaag een teken aangeboden: de as op ons voorhoofd. Het is een teken dat ons doet denken aan wat er in ons hoofd omgaat. Onze gedachten gaan vaak uit naar voorbijgaande dingen, die gaan en komen.

De dunne laag as die we ontvangen, is er om ons met tederheid en naar waarheid te zeggen: Al die dingen die er in je hoofd omgaan, en waar je elke dag achteraan rent en je druk om maakt, daar blijft niets van over. Hoe zeer je je inspant, uit het leven kun je geen enkele rijkdom meenemen. De aardse dingen verdwijnen, als stof in de wind. De goederen zijn tijdelijk, de macht gaat voorbij, het succes verdwijnt.

Leef ik voor het vuur of de as?
De nu zo overheersende cultuur van het uiterlijke, die ons ertoe verleidt te leven voor de dingen die voorbijgaan, is een grote misleiding. Want die is als een vuur: eenmaal uitgebrand, blijft er alleen as over.

De Veertigdagentijd is de periode om ons te bevrijden van de illusie dat we leven als we stof najagen. De Veertigdagentijd is ontdekken dat we gemaakt zijn voor het vuur dat altijd brandt, niet voor de as die meteen uitdooft; voor God, niet voor de wereld; voor de eeuwigheid van de hemel, niet voor de misleiding van de aarde; voor de vrijheid van de kinderen, niet voor de slavernij der dingen. We mogen ons vandaag afvragen: aan welke kant sta ik? Leef ik voor het vuur of voor de as?

Drie investeringen
Op deze reis van terugkeer naar de essentie die de Veertigdagentijd is, stelt het Evangelie drie etappes voor, waarvan de Heer vraagt die zonder hypocrisie en zonder pretentie te volgen: de aalmoes, het gebed, het vasten. Waar dienen die toe? Aalmoezen geven, bidden en vasten brengen ons terug naar de drie dingen die niet verdwijnen. Het gebed verbindt ons weer met God; de naastenliefde met de naaste; het vasten met onszelf.

God, mijn broeders en zusters, en mijn leven: zie hier de dingen die niet eindigen in het niets en waarin we moeten investeren. De Veertigdagentijd nodigt ons uit om naar deze dingen te kijken: naar Omhoog, met het gebed, dat ons bevrijdt uit een horizontaal en plat leven, waarin je tijd vindt voor het ik, maar God vergeet. En vervolgens naar de ander, via de naastenliefde die je bevrijdt van de ijdelheid van het bezit, van het denken dat de dingen goed gaan, omdat het mij goed gaat.

Tot slot nodigt deze periode ons uit om naar binnen te kijken, door te vasten, wat ons bevrijdt van de gehechtheid aan de dingen, aan het wereldse dat het hart verdooft. Gebed, naastenliefde, vasten: drie investeringen voor een schat die blijft.

Ons hart is een magneet
Jezus heeft gezegd: “Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn” (Mt. 6,21). Ons hart wijst altijd in een bepaalde richting: het is als een kompas op zoek naar een vast punt. We kunnen het hart ook vergelijken met een magneet: het wil zich aan iets vastklampen. Maar als het zich enkel vastklampt aan aardse dingen, wordt het hart daar vroeg of laat de slaaf van: de dingen waarvan je je bedient, worden de dingen die jij moet dienen.

Het uiterlijk, het geld, de carrière, de vrije tijd: als we daarvoor leven, worden ze afgoden die ons gebruiken, sirenes die ons bedwelmen en ons vervolgens de afgrond in storten. Als het hart zich echter vastklampt aan de dingen die niet voorbijgaan, hervinden we onszelf en worden we vrij. De Veertigdagentijd is een periode van genade om het hart te bevrijden van ijdelheid. Het is een periode van genezing van de verslavingen die ons verleiden. Het is een periode om onze blik te richten op dat wat blijft.

Richt je op het kruis
Waarop moeten we onze blik dan richten op de weg van de Veertigdagentijd? Dat is simpel: op het Kruis. Jezus aan het kruis is het kompas van ons leven, dat ons richt op de Hemel. De armoede van het hout, de stilte van de Heer, die uit liefde van alles ontdaan werd, tonen ons de noodzaak van een eenvoudiger leven dat vrij is van een te grote hang naar dingen.

Jezus leert ons vanaf het kruis de krachtige moed van ergens vanaf zien. Want als we veel gewicht op ons hebben geladen, komen we niet vooruit. We moeten ons bevrijden van de tentakels van het consumentisme en van de verstrikkingen van het egoïsme, van het steeds meer willen, van het nooit tevreden zijn, van het hart dat gesloten is voor de noden van de armen.

Ja, dat is moeilijk
Jezus, die op het hout van het kruis brandt van liefde, roept ons op tot een leven dat in brand staat voor Hem en dat niet verloren gaat te midden van het as van de wereld; een leven dat brandt van naastenliefde en dat niet opbrandt door middelmatigheid. Is het moeilijk om te leven zoals Hij je vraagt te doen? Ja, dat is moeilijk, maar het leidt ons naar het doel.

De Veertigdagentijd laat het ons zien. Die begint met de as, maar leidt ons uiteindelijk naar het vuur van de paasnacht; om te ontdekken dat Jezus’ vlees, in het graf, niet verworden is tot as, maar glorieus verrijst. Dat geldt ook voor ons, die stof zijn: als we met onze zwakheden terugkeren naar de Heer, als we de weg van de liefde nemen, zullen we een leven omarmen dat niet vergaat. En zullen we zeker in vreugde leven. (Vert. SK)

Bron: Katholiek Nieuwsblad, 2019