Sponsorfietstocht Rome - dag 14

vrijdag 24 augustus 2018 | Wil van de Ven

Etappe 14: Ravenna - Sansepolcro
(route A 149km en route B 162km)

Vanochtend worden we uitgezwaaid door een groep Amerikanen. Zij waren hier voor een skydive evenement en een van hen heeft daar een goed resultaat kunnen behalen. Toch blijkt ook nu weer hoe verbaasd mensen reageren als je hen vertelt wat wij aan het ondernemen zijn en welk doel er achter zit. Niet alleen de sportieve prestatie, maar ook de sponsoring, die ook deel uitmaakt van deze tocht, wekt enorme bewondering. Nou dat men over de sponsoring niet enthousiast zou zijn, dat tot daaraantoe. Maar geen bewondering of ontzag voor de kilometers die wij gebikkeld hebben en die we nog hebben te gaan, dan zou ik gezegd hebben: ”Hé Yankee, Donald fan, this is a tremendous challenge, even more than your president ever can imagine, sodeju!”

Geertje zwaait ons uit. Rustig peddelend naar de koffiestop. Die ligt wel 40 kilometer hier vandaan en dan met die hobbelige wegen, vandaar: kalm aan doen is het devies. Uit een vorige editie wist ik dat de geplande stop op een heuvel lag met een hellinkje van 15%. In de vroege ochtend en dan zo’n stijging! Enkele van die deelnemers zijn toen nog net niet aan het infuus boven gekomen, om dan daar te vernemen dat er GEEN koffie was. Dan heb je het als projectleider moeilijk. Dat wordt je dan niet in dank afgenomen. Nee, nu lag de koffiestop keurig onder aan de heuvel! Wel bij particulieren in de achtertuin, maar deert dat.

De rit naar de lunchplek is met zijn 35 kilometer een opwarmertje voor de middageditie. Ik merk dat we de uitlopers van de Apennijnen in geraken. Nog net geen bergen, maar wel verveelde puisjes. Apenvenijnen zou ik ze willen noemen. Ons ploegje draait stevig door. Je kunt de kilometers maar gemaakt hebben, toch? Warmdraaien is de geëigende uitspraak. Dat doet ook de zon! De temperatuur stijgt met het uur. Maar ik zal toch op een of andere manier die Apennijnen over moeten, want Rome ligt net aan de andere kant. Maar het hoeft ook weer niet ineens. We hebben nog een aantal dagen te gaan. Gelukkig maar.

De klim na de eerste berg die we moeten slechten is eigenlijk ook weer niet de beroerdste. Wel lang. Dat wel. We hebben inmiddels al 75 kilometer onder onze wielen laten doorglijden en nu wordt de weg qua klimmen best interessant. En dan zijn er nog 50 te gaan! De weg slingert zich als het ware rond de E45 Autostrada naar Rome. Imposant zijn machtige pilaren waarop de autoweg is neergelegd. Omdat we op redelijke hoogte zijn, is dal inwaarts het uitzicht fantastisch. Menig fotootje wordt dan ook gemaakt. Bij een benzinestation houden we even halt. Niet alleen ik, maar ook de rest, is wel in voor een lekkere koude cola, die we buiten in de schaduw op het provisorisch terrasje opdrinken. Er zitten ook een 10-tal mannen. Te niksen, in ieder geval, te zitten. Een paar zitten er in een hoekje te kaarten. Soms praten ze hevig gesticulerend met stemverheffing met elkaar, dan weer valt er een oorverdovend stilte. Ik krijg stellig de indruk dat de huidige Italiaanse politieke problemen het onderwerp zijn, die dan luid naar een oplossing geschreeuwd wordt, maar de stilte daarna lijkt het beseft te zijn dat ook zij daaraan niets kunnen veranderen. Een stopt met niks doen en staat op. Zet een helm op, start zijn Choi-brommertje, maakt nog een rondje en zet koers, waarschijnlijk naar huis, om het niets doen daar verder te zetten. Wij gaan onze activiteit wel verder zetten. We zullen de berg nog over moeten.

Stijging valt mee, maar het zweet gutst me in mijn nek. Ergens heb ik een lekkage. Zo heb ik mijn bidons wel snel leeg als dat zo doorgaat. Ik krijg wat honger en grijp naar de achterzak van mijn fietsshirt. Ik denk te voelen wat ik nodig heb en breng het naar mijn mond om de verpakking met mijn tanden open te breken. En ik zet een ferme hap in ..... een met zeepsop doordrenkt poetslapje. Getverderrie! In plaats in een energiereep te bijten, wil ik zo’n doekje verslinden. Per vergissing heb ik die vanochtend bij me gestoken, niet goed opgelet. Dat verpakte doekje dat er bijna uitzien als een verpakte reep, heb ik tijdens de vierdaagse gekregen, om je op enig moment op te frissen. Heel nuttig, maar nu niet. Met het schuim op de mond zoek ik snel mijn bidon om mijn mond en eethoek te reinigen. Het is wel vies.

Iets onder de top staat de catering bus met Geertje en Antonet. Die staan er op het juiste moment. We kunnen ons laven om zo het vochtniveau weer wat op pijl te brengen.
Onderweg zie ik de erbarmelijke toestand van de pijlers die de autoweg dragen. Betonrot over en weer. Het betonijzer steek er her en der uit, grote stukken beton zijn afgebroken. Is er onlangs hier in Italië niet een gigantisch viaduct van een autoweg in elkaar gestort? En nu dit ziende! Dan komen er toch vragen naar boven.

Het toetje van naar de top rijden is de afdaling. Een heerlijk onderneming. Het snelheidsmetertje loopt lekker op. Plots, stop! De weg is weg! Ik bedoel een stuk van de autoweg is weg! Dientengevolge is ook onze weg afgesloten. De enige richting die je nog uit kunt is bij een benzinestation de autoweg op. Dus in partijen worden de fietsen in de oranje bus en aanhanger geladen en die bijbehorende fietsers verdeeld over onze grijze en oranjebus en dan zo over de autoweg vervoerd te worden naar een uitvoegstrook, waarna vanaf hier weer verder gefietst kan worden. Gister een mini-cruise, nu een busrit. En heel gedoe.

Het hotel is weer prima. La Balestra. De betekent De Kruisboog. De grootvader van de hoteleigenaar heeft het hotel gebouwd in de jaren 50 (van de vorige eeuw). Hij was een vermaard kruisboogschutter, die vele prestigieuze toernooien op zijn naam heeft weten te schieten. Dus vernoemde hij het hotel naar zijn kruisboog: La Balestra! Het vervaarlijke apparaat dat van de vader van de huidige eigenaar via vererving bij hem terecht gekomen is, hangt in alle glorie boven de bar. Het verhaal dat hij daarbij vertelde voert te lang voor dit verslag, maar is wel zeer indrukwekkend.