De laatste loodjes zijn prima te doen!

donderdag 31 januari 2019 | Bisdom Den Bosch

Toen de officiële WJD over waren, ging het grootste deel van onze groep (18) op de dag van de slotmis terug naar Nederland. Twee van ons gingen naar Guadeloupe, en de andere acht bleven nog een klein weekje in Panama voor een relaxed programma. Eer het zover is, dat we lekker kunnen chillen, moeten we echter wel een levensgevaarlijke busreis doorstaan. De busjes hier in Panama zitten vaak al niet zo comfortabel, omdat ze echt voor kleinere mensen gemaakt zijn, maar in dit geval hielp het ook niet echt dat de buschauffeur regelmatig wegdommelde en het gas op de meest vreemde plekken losliet.

Santa Clara
We kwamen rond lunchtijd aan op onze locatie; Campamento Episcopal in Santa Clara. Een episcopaals conferentiecentrum, waar we ons aansluiten bij de groep waarmee de fraters van Tilburg altijd de WJD bezoeken. Ze noemen zichzelf de Ambassadors of a Worldwide Brotherhood, en vormen een internationale groep van 62 man, onder wie zo’n tien fraters, twee zusters en een priester. Zeven verschillende nationaliteiten komen samen in deze club. Ze hebben pelgrims uit Kenia, Tanzania, Namibië, Oost-Timor (waarover straks meer!), Indonesië, Brazilië en Nederland.
We sluiten aan bij de lunch (rijst met kip, nog steeds hoor!) en leren de groep een beetje kennen. Het terrein delen we met deze groep, met de mannen delen we echt ons ‘kamp’, dat bestaat uit kleine huisjes met een aantal slaapzalen waarin 6 mensen kunnen slapen in een stapelbed.
De vrouwen van de Ambassadors overnachten in de naburige locatie, van de Lazaristen. Het lijkt erop dat de verschillende christelijke denominaties prima samen kunnen werken. Het terrein kent verder, naast zo’n vijf slaaphuisjes verschillende plekken waar schaduw is onder een rieten dak, een kapel, een buitenkapel, een grote eetzaal en een douche/toilet-faciliteit.
Na de lunch is er geen programma, en gaan de meesten naar het prachtige strand, dat 200 meter verderop ligt. Hier kunnen we een beetje chillen, een beetje zwemmen en koude Bilboa’s (Panamees bier) drinken.
‘s Avonds was er weer gezamenlijk diner (pasta!) en daarna hadden we met de Nederlanders een eigen facultatief programma. De vier priesters die mee zijn met onze groep hadden aangeboden ieder op een van de vier avonden hun levens- en roepingsverhaal te vertellen, en we zouden ze daarna het hemd van het lijf mogen vragen. In een gezellige en relaxte setting, met drankjes en hapjes beet pastor Theo het spits af.
Hij vertelde zijn roepingsverhaal, en de open en eerlijke sfeer nodigde blijkbaar uit tot het stellen van allerlei vragen, want na zo’n 2,5 uur moesten eerder uit vermoeidheid dan door gebrek aan gespreksstof afronden.

Relaxen
De volgende dag was het belangrijkste programmaonderdeel vooral lekker te chillen. Dus we ontbeten rustig tussen 8 en 9, vierden een prachtige internationale Mis na het ontbijt, en namen de rest van de dag de tijd om een beetje onze gang te gaan. Zwemmen, lezen, Weerwolven, slapen... gewoon heel relaxed. We hadden weer twee keer kip bij de maaltijden en ‘s avonds was pastor Mauricio aan de beurt om zijn verhaal te vertellen. Mauricio heeft zelf als Colombiaanse priester in Nederland een achtergrond die redelijk vergelijkbaar is met de dorpjes die we hierbij Panama hebben gezien (misschien is het van belang te vermelden dat Panama nog niet zo lang geleden onderdeel was van Colombia), en kon dus uitgebreid vertellen over de cultuurschok die hij ervaren heeft, en hoe hij zowel Colombia als Nederland is gaan omarmen. Wederom volgde een vragenvuur van ons jongeren, en werd het een inspirerende avond.


Zonsopkomst

De volgende dag (de een na laatste alweer in Panama) was er om 6 uur het facultatieve programmaonderdeel om de zonsopkomst te bekijken en op het strand de lauden te bidden, samen met de Ambassadors. Zij waren met zo’n 20, en wij met 10 man. Best een aardige score. Het was een groot offer om zo vroeg al op te staan, maar het werd een wonderlijk mooie ervaring.
Om zeven uur stond het ontbijt al klaar, omdat we een vol programma zouden hebben. Toch konden we rustig naar het strand gaan, waar we even moesten wachten op de bootjes die ons naar een eilandje zouden brengen. Bij het eilandje wierpen we het anker uit en konden we vanuit de boot een tijd zwemmen in kristalhelder water. Het mooiste aan de ervaring vond ik dat wij als Nederlanders echte waterratten bleken te zijn, en dat meer dan de helft van de andere groep helemaal niet kon zwemmen. Met hun zwemvest aan waagden zij zich toch in het diepe, en wij deden ons best hen te instrueren, mee te slepen en zwemles te geven.


Aansluitend vertrokken we in bussen naar een nationaal park. De verhouding busrit/wandeltocht kon misschien wat beter (we zaten volgens mij in totaal zo’n 3 uur in de bus, en konden 1,5 uur rondlopen in het park), maar het uitzicht was er schitterend. Het was ook weer leuk om deze activiteit te ondernemen met de internationale groep.
Bij terugkomst vierden we samen weer de Eucharistie en aansluitend hadden we vanavond even geen gesprek met een priester, maar een internationale borrel. Prachtig om met zoveel culturen op die manier samen te zijn. Er werd zeer fanatiek spelletjes gespeeld, maar ook flink reclame gemaakt voor de verschillende landen. Een leuk voorbeeld is dat ik de volgende ochtend een enthousiaste Nederlandse deelnemer hoorde vertellen dat hij na gisteravond eigenlijk niet níet naar Namibië zou kunnen gaan, terwijl ik met hetzelfde gevoel zit tegenover Oost-Timor.

 

Oost-Timor
Daar zou ik nog op terugkomen, want eerlijk gezegd had ik tot drie dagen geleden nog geen enkel idee van het bestaan van dat land. Na gisteravond kan ik mezelf wel een beetje beschouwen als een Oost-Timor expert, want door drie pelgrims van daar ben ik tot in detail bijgepraat over de geschiedenis van dat nog jonge land. Ze deden dat met zoveel passie, trots en geestdrift dat de tijd voorbij vloog en ik tot 00:30 geboeid heb zitten luisteren naar drie Oost-Timorezen (?), die me al een min of meer geheel verzorgde trip naar Oost-Timor aanboden. Een van hen is daar koffieboer, en heeft me wat van zijn eigen oogst meegegeven. Ik hoop dat dat nog in de koffer te proppen is!

Afsluiting
Ik begrijp dat het verslag weer lang aan het worden is, maar één ervaring die mij aan het denken zet wil ik toch nog graag met jullie delen. We hebben hier verschillende Kenianen gesproken, en zij vertelden hoe in hun land verschillende christelijke denominaties, en ook de moslims, harmonieus, en zelfs gebroederlijk met elkaar samen leven. In de gemiddelde vriendengroep van de Keniaan lijkt niet gediscrimineerd te worden. Christenen zijn welkom bij de Islamitische feesten en vice versa. Christenen en moslims beschermen elkaar wanneer er dreiging bestaat uit een extremistische hoek en kennen elkaar echt. Toen ik vroeg of deze Keniaan de Moslims als broeders in het geloof zag, antwoordde hij met een volmondig ‘ja’, want ‘het zijn de zonen van Abraham, net als wij, en de God die zij aanbidden, is de God die wij aanbidden.’ Dat is natuurlijk een stelling waarover nog wel wat te discussiëren valt, maar we kunnen hem niet meteen afdoen als onzin, en het is iets om over na te denken. Hij sloot het gesprek met een vraag aan mij: ‘waarom heb jij eigenlijk geen Islamitische vrienden?’. Op heel vriendelijke en uitnodigende wijze werd ik gewezen op de bubbel waarin ik leef. Wat een goede vraag!

De ontmoeting van de culturen was wat mij betreft een groot succes. En dat geldt voor de hele WJD ervaring. De Ambassadors gaan vandaag vertrekken, en wij vertrekken morgen.
Ik zit aan een Nederlandse vertaling te denken, maar moet het toch Engels uitdrukken: met een hoop food for thought zullen wij morgen op het vliegtuig stappen.



Tot snel in Nederland!

(door Ramon)

Bron: Bisdom Den Bosch, 2019